Bij wie hoor ik eigenlijk? (2)

In mijn vorige column heb ik het gehad over verticale en horizontale behandelingslijnen wanneer je bij meerdere artsen onder behandeling bent en de dilemma’s’ die dat voor een patiënt met zich mee kan brengen.

Elke arts verantwoordelijk voor zijn of haar deelgebied, maar wie overziet het geheel?

 

Als eerste is daar de voorbereiding van het consult door de arts.

Als je de behandelkamer binnenkomt, zijn er die eerste (rondom de vijf) minuten. Je wordt uitgenodigd om te gaan zitten, de arts duikt in zijn computer en er valt geen woord. Ik vind dat altijd een pijnlijke stilte.

 

 Als je de arts kent, weet je dat hij zijn geheugen gaat opfrissen. Als je de arts niet kent (een vervanger, soms in de vorm van een arts in opleiding, zie je hem of haar de grote lijnen doorlopen en dan denk ik altijd: “Oh jee, dezelfde vragen, die ik al eerder heb beantwoord, gaan er weer aankomen”.

En meestal is dat raak. Zo vormt hij zich op dat moment een beeld van je dossier en gaat het gesprek over in hoe het met je gaat en hoe het staat met de klachten.

 

Van de vijf artsen die ik heb, is er maar een die altijd volkomen voorbereid is als ik binnen kom. Ze begint meteen het gesprek, heeft de computer niet nodig en maakt meteen empathisch contact. Ik vind dat altijd een grote opluchting.

Natuurlijk kijkt zij soms nog even op de computer, maar is op dat moment een hulpmiddel en het stoort niet.

 

Wat mij wel stoort, is dat ik niet weet wie er eigenlijk kijkt naar het hele plaatje, mijn hele ik. De ene arts schreef een medicijn voor, de ander haalde het weer weg. Overleggen de artsen wel met elkaar? Hebben ze onderling contact over mij met de verschillende disciplines?

 

 Ik ben daar zelfs een keer helemaal van in paniek geraakt en heb een van mijn artsen gebeld met de vraag: “Wie ben ik nog in dit hele spectrum? Wie let op mij als geheel? Ik ben meer dan de 5 gezondheidsdisciplines? Meer dan de som der delen. Tot wie kan ik mij wenden als ik het zelf niet meer weet. Heel concreet dokter: wilt u de rol van hoofdbehandelaar op u nemen zodat ik een vaste aanspreekpersoon heb?”

 

Ik kon merken dat de arts ervan schrok, dat ze er zo niet over nagedacht had.

En de andere artsen ook niet. Ze beloofde mij er met anderen over te spreken en heeft dat ook gedaan. In ieder geval heeft ze contact gehad met een tweede arts en als ik bij een van de twee op consult kom, halen ze elkaar aan. En de tweede arts heeft het hoofdbehandelaarschap (mooi scrabblewoord) op zich genomen.

Dat geeft een veilig gevoel. Maar hij kan het weer niet zo goed vinden met een van de andere artsen… Maar positief: een begin is er.

 

Met vriendelijke groet,

 

John Ramaekers