Bij wie hoor ik eigenlijk? (1)

Bij wie hoor ik eigenlijk? (1)

 

Je bent in behandeling bij meerdere artsen. Hoe verwarrend dit kan dit eigenlijk zijn?

 

In mijn geval zijn het er 5: Cardioloog, internist, vaatchirurg, uroloog en oncoloog. Dat zijn er nogal wat.

Allemaal kijken ze scherp op hun eigen vakgebied en nemen de andere disciplines in de periferie mee.

 

Er ontstaan dus, laat ik het zo maar oneerbiedig zeggen, vijf verticale behandelingslijnen naast elkaar waarin elke arts ongetwijfeld het beste met je voor heeft.

Maar het ontbreekt daarbij vaak aan horizontale lijnen: overleg tussen de artsen onderling.

 

Jawel, ze hebben allemaal inzicht in je patiëntendossier en kunnen elkaars opmerkingen uit de consulten lezen. Maar vaak bestaat dat maar uit een of twee regeltjes. En vaak wordt het dossier pas vluchtig nageslagen als je al op consult bent.

 

Een voorbeeld: ik moet vaak plassen. Te vaak, voor mijn gevoel. De druk op de blaas is dan hoog wat soms voor een vervelende situatie zorgt omdat ik te laat bij het toilet ben.

Mijn bloeddruk is te hoog. Ik krijg daarvoor een medicijn dat de vochtafvoer verhoogd. Bijwerking lees ik in de bijsluiter: vaker moeten plassen. Dus meer druk op de blaas. Dan heb ik het gevoel dat ik tussen wal en schip val.

 

Het consult is al voorbij. Wat moet ik doen: een nieuw consult aanvragen? Daar gaat weer enige tijd overheen, want de arts zit wekenlang vol.

Zal ik het nieuwe medicijn wel of niet innemen? Wat gebeurt er met mijn bloeddruk als ik het niet doe? Welke “sociale risico’s” loop ik als ik het wel doe?

 

Zo zit je als patiënt vaker in dilemma’s die je alleen niet kunt oplossen.

Om deze column niet te lang te maken, kom ik er in de volgende column op terug.

 

Met vriendelijke groet,

 

John Ramaekers