Bij de specialist…

Een ongeluk komt zelden alleen, luidt een Nederlands spreekwoord. Zo lijkt het ook te zijn met chronische ziekten.

 

Veel mensen hebben combinaties van aandoeningen en komen zo terecht bij artsen met verschillende disciplines. Per arts is het vaak nog wel te doen, maar wanneer het gaat om multidisciplinaire vraagstukken, kruisbestuiving, zie je als patiënt door de bomen al gauw het bos niet meer.

 

De diagnoses gaan door elkaar heen lopen maar ook worden er verschillende diagnoses gesteld voor hetzelfde probleem, het gebruik van onbekende, onbegrijpelijke woorden in consulten, het taalgebruik, de snelheid van spreken, de arts in opleiding en dan toch weer de specialist, de vervangingen bij afwezigheid van de “vertrouwde” specialist (als het al zo ver komt), de wachttijden in de wachtkamers.

Het busje komt zo, bij de behandelend arts in de wachtkamer duurt het meestal iets langer.

 

Lig je in een ziekenhuisbed, dan komen soms artsen van meerdere disciplines bij je. Soms ken je ze, soms niet. Het verloop van zo’n bezoek is altijd hetzelfde.

Ze begroeten je, stellen zich al dan niet voor, vragen vriendelijk hoe het met je gaat. Vervolgens een aantal vragen over medische klachten en dan begint een tweegesprek Let wel: tussen de artsen. Zelf lig je er voor spek en bonen bij, lijkt het wel.

Plotseling spreken ze chinees, of abracadabra, zeggen dat ze voor dat moment genoeg weten of geven nog iets aan over mogelijke behandeling die ze gaan “proberen” en vertrekken weer. Op naar het volgende bed. Jij blijft achter, met een hoofd vol vragen.

 

Vat het niet verkeerd op: ik heb begrip voor de werkdruk die artsen ervaren. Dat ze onder druk worden gezet van zorgverzekeraars die vooral productiviteit willen in een zo kort mogelijk tijdsbestek. Wat bijna nooit lukt, want daarom lopen de consulten altijd uit.  Ik begrijp dat het geen maatschappelijk werk of psychologen zijn die een uurtje de tijd voor je kunnen nemen.

 

Toch zou het denk ik aanbeveling verdienen, dat ziekenhuizen en artsen daar eens bij stil zouden staan. Een keer aan zelfreflectie doen, daar eens een congres aan wijden. Niet om de productiviteit te verhogen, maar om eens over zichzelf en de patiënten na te denken.

 

John Ramaekers